Zet je wekker op kwart voor zeven, ook al kom je gebroken van de trein. Om zeven uur gaat de Luxortempel open en staat er verder niemand; in 2018 moest de man in het kaartloket er nog wakker voor gemaakt worden. Je loopt tussen zuilen die net hun eerste zon vangen en hoort alleen je eigen voetstappen. Om kwart voor acht rijdt de eerste bus voor en is het voorbij. Het gebouw is van rond 1400 voor Christus en het best bewaarde van het land. Vanaf de ingang loopt een laan met sfinxen van drie kilometer naar Karnak, het grootste tempelcomplex van Egypte en werelderfgoed.
Slaap 's middags. Rond twaalf uur is het hier 45 graden, de straten liggen er leeg bij en je doet toch niets zinnigs meer. Ga tegen vieren het water over naar de westoever, waar de oude Egyptenaren hun doden begroeven omdat aan die kant de zon ondergaat. De veerboot kost bijna niets en een taxi naar de Vallei der Koningen regel je aan de overkant, wachten inbegrepen. Met één kaartje mag je drie van de 64 graven in, dus kies vooraf welke. Wees er anderhalf uur voor sluiting, dan loop je er bijna alleen en hoor je in die gangen niets dan je eigen adem.
Maar kom hier niet in juli of augustus. Dan haal je maar een halve dag per dag, en de rest lig je binnen onder de airco naar het plafond te kijken.