Wij reizen van de Caribische kant naar de Stille Oceaan, en dat is geen toeval. Je landt in San José, midden in het land, dus daar begint het. Rijd meteen door naar het noordoosten, naar Tortuguero, want dat is de verste uithoek van de reis en die wil je niet aan het eind nog moeten halen. Daarna zak je op je gemak langs de Caribische kust naar beneden, waar reggae uit open deuren komt en niemand haast heeft. Pas dan steek je het bergachtige binnenland over, met de vulkaan halverwege, om er aan de andere kant bij de oceaan weer uit te rollen.
Huur een auto. De bussen rijden prima, maar op de kaart lijken de afstanden kort en in het echt kost een verplaatsing je een halve dag. Naar Tortuguero kom je alleen over water; je auto laat je staan bij de steiger buiten Limón en de rest doe je varend. Laat daar meteen je horloge los, want een boot vertrekt zodra hij vol zit en de chauffeur die je erheen brengt zal om je haast lachen. Pura vida, zegt hij dan. Reken ook op regen: in het binnenland valt die vaker dan aan de kust, dus plan rond de Arenal en in Monteverde nooit een dag helemaal vol.