Wij rijden een rondje met de klok mee, en dat begint waar je vliegtuig staat. Van Cancún is het een uur naar Playa del Carmen, en verder wil je die eerste dag ook niet. Daarna zak je langs de kust naar het zuiden, sla je onderaan het schiereiland westwaarts de jungle in en kom je via Campeche weer boven aan de Golf. Terug naar het oosten pak je Mérida, Chichén Itzá en Valladolid mee, en je eindigt op Isla Holbox, vlak bij je vlucht naar huis.
Zonder huurauto kom je niet bij de mooiste cenotes, want daar stopt geen bus. Regel vooraf een Mexicaanse verzekering; kun je schade ter plekke niet betalen, dan zit je vast tot de rekening voldaan is. In de jungle zit soms een gat in het asfalt waar wortels onder de weg door groeien. Dwars door elk dorp liggen topes, de drempels die je vaak pas voelt als je eroverheen bent. Rijd niet in het donker, want veel auto's en fietsers rijden er zonder licht. September en oktober is het orkaanseizoen, met tropische buien die na een half uur weer overwaaien. Van november tot april blijft het droog, en dat weten de Amerikanen ook, dus rond kerst zit alles vol. In april en mei loopt het op naar 35 graden en zoek je tussen twaalf en vier uur alleen nog schaduw. Wij zouden februari kiezen.